jtjbesseling

Schrijvaar, Tekenaar, Cultureel Inspirataar, Kunstenaar.

Korte Verhalen

Door: J.T.J Besseling, juli 2022

Boekhouden in de 20e eeuw

Mijn favoriete boek heet “boekhouden in de 20e eeuw”, het is een mysterieus werk dat mijn leven heeft veranderd. Zowel de titel als de uitgeverij zijn onvindbaar, maar toch bestaat het, want ik heb hem een paar weken geleden gevonden. In de bibliotheek van Scheemda. Maar zo begint dit verhaal niet.

Het begon allemaal een aantal weken geleden toen ik door het park liep. Zoals wel vaker was ik rond lunchtijd al flink aangeschoten en in gedachten verzonken. Aan de rand van het park zag ik een bibliotheek en op de banken in de zon zag ik allemaal mensen lezen. Ik ben van nature geen lezer.

Vroeger kwam ik ook nooit in een bibliotheek. De eerste keer dat ik er kwam was samen met mijn dochter Doris van acht in de bibliotheek van Beverwijk. Ik genoot ervan om haar te zien lezen. Ze wist haarfijn wat ze wilde, namelijk boeken over dinosaurussen. Dat waren mooie tijden.

Mijn leven veranderde abrupt in de zomer van 2013. Doris speelde op straat en keek niet goed uit. Ze werd genadeloos geschept door een auto die 70 reed in een 30 zone. Het feit dat hij doorreed en we nooit hebben geweten wie deze klootzak was maakte haar dood extra onverteerbaar.

Van nature ben ik geen prater, in plaats daarvan verkoos ik de fles. Van tijd tot tijd werd ik overmand door herinneringen, die ik poogde te verdrinken. Ergens was het intens oneerlijk, het enige dat ik over had aan haar waren die herinneringen. Mijn vrouw kon mij zo niet luchten, en op een dag vond ik een leeg bed en een lege kast. Ze liet geen afscheidsbrief achter. Nog nooit had ik mij zo eenzaam gevoeld. Mijn hele wereld bestond louter uit mijzelf en mijn gedachten.

Ik was ergens midden in het park toen er opeens een man uit de bosjes sprong en op mij afstapte. Hij had een verwilderde blik in zijn ogen en het leek alsof hij mij herkende. Ik kende hem niet.

“Godverdomme, niet te geloven!” stamelde hij, zijn ogen werden groter. Hij mompelde wat in zichzelf, zoiets van; “Ja, jij bent hem, toch? Godzijdank. Eindelijk!”. Hij leek opgelucht en zenuwachtig tegelijk, herpakte zich en keek mij strak aan. “Doris, hoe gaat het met Doris? Leeft ze nog?”. Ik voelde een buis traanvocht openspringen. Wie was deze vago? Hoezo kende hij Doris?

Hij zag mijn verdriet en legde een arm om me heen. “Het spijt me man, ze was een toffe meid”. Ik schudde hem van me af en werd ongeduldig. “Hoe ken jij haar dan? Ik ken jou niet, wie ben jij?” mijn verbazing vloeide langzaam over in woede. “Het doet er allemaal niet toe, ik ben maar de boodschapper. Vind dit boek en je krijgt antwoorden”. Hij gaf mij een stuk papier, stapte terug de bosjes in en ik zag een fel licht dat mij kort verblindde. Toen ik in de struiken keek ontbrak ieder spoor van hem. Ik was half dronken, maar dit was echt gebeurd. Ik hield het stuk papier in mijn knuist geklemd, het enige bewijs dat ik niet gek geworden was.

Je begrijpt dat ik meteen wilde weten wat er op het papier stond. Dit was een grote tegenvaller. Het was een doodnormaal velletje lijntjespapier met daarop één enkele zin: “Boekhouden in de 20e eeuw”.

Als er twee dingen zijn waar ik niets van weet dan zijn dat boekhouden én geschiedenis. Gelukkig is mijn broer Jakob een historicus en was hij die middag thuis. Het duurde even toen hij de deur opende en ik zag schrik en medelijden op zijn gezicht. “Hey Simon, je ziet er goed uit” loog hij.

Hij had nog nooit van dit boek gehoord. Een intensieve zoektocht op internet leverde niks op. Jakob klapte zijn laptop dicht. “Het enige dat we nog kunnen doen is dit briefje nader onderzoeken” hij pakte een kaars, stak deze aan en hield het blaadje boven de vlammen. Onzichtbare letters kwamen langzaam tevoorschijn. “Brugstraat 2, Scheemda” las ik hardop voor. Ik had geen idee wat een Scheemda was. Jakob wist te vertellen dat dit een dorpje in Groningen is. Google wist dat op dat adres de lokale bibliotheek zat.

Na enkele uren in de auto kwamen we aan bij de meest onopvallende bibliotheek van Nederland. Op zoek naar een onopvallend boek. Ik griste hem koortsachtig uit de kast en met trillende handen sloeg ik de bladzijden om. Ik was ergens in het midden toen er iets wonderlijks gebeurde.

Een grote schok ging door mijn lijf. Ik zag een illustratie van een planetenstelsel vol met sterren oplichten in het boek en een enorme lichtflits verblindde mij. Toen ik weer iets zag bemerkte ik, tot mijn stomme verbazing, dat mijn broer was verdwenen.

Jakob had mij mooi laten zitten. Ook de auto was weg. Ik liep langs de slijter en kocht een fles whisky. Gelukkig heeft Scheemda een treinstation en had ik wat geld op zak. Bij station Assen was de fles leeg en mijn hoofd vol.

Het was donker toen ik thuiskwam, maar binnen brandde licht. Ik schommelde zo recht als ik kon over het schelpenpaadje richting mijn deur. Pas toen drong het tot mij door; als ik niet thuis ben, waarom brandt dan het licht?

Zachtjes duwde ik de voordeur open. Uit de woonkamer kwamen televisiegeluiden. Vanaf de bank hoorde ik zacht gesnurk. Ik wilde de indringer verrassen met een sprong en een “AHA! BETRAPT VUILE DIEF!”. Dit mislukte behoorlijk en ik smakte vol op het laminaat. Zoals wel vaker werd het even zwart voor mijn ogen.

Toen ik mijn ogen weer opende, kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik staarde in een paar hele bekende ogen. Mijn ogen. Geen woord kon ik uitbrengen. Ik was het echt, maar dan met een afschuwelijke outfit aan. Een soort felgekleurde jaren ‘90 trainingspak. Volgens mij had ik inderdaad ooit zo een trainingspak gehad. In 1995 toen het nog hip was.

“Goed dat je wakker bent, je bent precies op tijd. Ongelofelijk, en dat met zo’n ladderzatte kop” sprak de andere ik mijzelf toe. Nu begon hij zich uit te kleden. Hij gooide zijn trainingspak op de grond en stond poedelnaakt voor mij. Hij had bij zijn knie een litteken dat ik niet had. “Luister, er is niet veel tijd, dus hou je mond effe”. Ik was zo verbaasd dat ik niet verder kwam dan schaapachtig mijn duim op te steken.

“Goed zo. Het is heel simpel. Ik ben jou, jij bent mij. Je bent in een andere dimensie. Ik weet het; WAAATT?!! Ja het is bizar. Ik was danig in de war toen ik dat gekke boek ontdekte” hij greep naar de tafel naast zijn stoel en liet mij exact hetzelfde boek zien dat ik in mijn jaszak had. Boekhouden in de 20e eeuw.

“Dennis heeft jou een briefje gegeven dat ik heb geschreven, hij heeft veel dimensies bezocht om jou te zoeken, sukkel Simon”. Hij stopte en keek mij strak aan. “Ik moest een Simon vinden die alles verloren heeft, en aan de grond zit. Nou, ik zie en ruik het al. Dat ben jij”. Met alle macht probeerde ik zonder dubbele tong te spreken. “Waarom ben ik hier?” stamelde ik. Naakte Simon, begon mij nu ook uit te kleden. Ik was te dronken om tegen te stribbelen.

“Het is heel simpel, sukkel Simon. Boven liggen mijn/onze vrouw en dochter te slapen. Ik heb er genoeg van. Elke dag is hetzelfde, de seks is saai, ik wil geen burgerbestaan. Ik wil jouw leven!”. Hij rukte mijn onderbroek uit en we waren allebei naakt. Als een gek begon hij mijn kleding aan te trekken. “Nou, jij krijgt wat jij wilt, en ik ook. Allebei blij. Goede deal toch?”. Hij had deze woorden nog niet uitgesproken of hij opende zijn boek en FLITS! Ik was alleen.

De kleding die ik op de grond vond trok ik aan. Daarna weet ik niet zeker of ik geprobeerd heb om naar bed te komen. De volgende ochtend werd ik wakker op de grond. Ik hoorde van boven een hoop herrie en gestommel en wist ik dat de voorgaande nacht echt gebeurd was. Een gevoel van gelukzaligheid overspoelde mij en ik barstte in tranen uit.

Doris vond mij altijd al een rare pappa en vanaf die dag deed ik helemaal vreemd. Ze was het niet gewend dat ik zoveel tijd voor haar vrij maakte. We gingen zo vaak naar de bibliotheek om boeken te lenen als ze wilde en soms belde ik vrienden af om met haar iets leuks te doen. Mijn vrouw vond het vreemd dat ik zo vaak zei dat ik haar graag zie. Maar geen van beiden klaagden ze erover. Integendeel, nooit heb ik zoveel liefde gekregen en de drank had zijn aantrekkelijkheid verloren. Er restte mij slechts één taak.

Ik moest weer naar Scheemda reizen om het boek terug te zetten. Want je weet maar nooit, iemand kan het nog eens nodig hebben.

Einde